In dit woordenboek vindt u trefwoorden of begrippen met een korte uitleg.
Sommige veel gebruikte trefwoorden staan ook nog eens vermeld met een verwijzing naar een eigen pagina.
Gebruik ook de toetsenbord combinatie ctrl-F en tik vervolgens in het zoekveld het gezochte woord in.

À la baisse
De verkoop van effecten in de veronderstelling dat de prijzen of koersen ervan zullen dalen zodat men eventueel later tegen een zeer lage prijs of koers tot aankoop kan overgaan.

À la hausse
De aankoop van effecten in de veronderstelling dat na verloop van tijd de prijzen of koersen ervan zullen stijgen zodat men bij verkoop winst kan behalen.

Aandeel
Een bewijs van deelneming binnen het eigen vermogen van een onderneming. Als belegger in, oftewel houder van aandelen bent u als het ware voor een stukje mede-eigenaar van de onderneming. Als belegger in aandelen komt u in aanmerking voor dividend.

Aandelenanalyse
Aan de hand van verschillende technieken bekijkt iemand of een bepaald aandeel koopwaardig is en of er een verwachte koersgroei is. Je kijkt dan o.a. naar de algehele economische situatie, de onderneming zelf maar het koersverloop van het aandeel in het verleden maken onderdeel uit van de analyse.

Aandelenoptie
Een aandelenoptie geeft een belegger het recht om gedurende een afgebakende periode bepaalde aandelen te kopen (kopen van een call optie) of te verkopen (kopen van een put optie) tegen een bepaalde prijs
zie ook >

Activa
Dit zijn de bezittingen van een bedrijf.

Adjustment of terms
Een adjustment of terms is een zodanige wijziging van een uitoefenprijs, handelseenheid of onderliggende waarde van een optie, warrant of turbo als gevolg van bijvoorbeeld een fusie, split-up of bijzondere dividenduitkering, dat de voorwaarden van de optie, warrant of turbo zo veel als mogelijk in stand blijven en de waarde van de positie voor en na de adjustment of terms gelijk is.

Administratiekantoor
Een kantoor dat (alle) aandelen bezit van een onderneming waarvoor het certificaten heeft uitgegeven. De certificaten worden gekocht door certificaathouders. De onderneming die van een dergelijk kantoor gebruik maakt, wil financiële middelen verkrijgen door uitgifte van aandelen, maar het daarbij behorende stemrecht in één hand houden.

AEX
De belangrijkste graadmeter van de Amsterdamse beurs (Amsterdam Exchanges IndeX). Deze index bestaat uit de 25 qua beursomzet grootste aandelenfondsen. Gedurende een jaar kunnen bepaalde ondernemingen uit de index verdwijnen, bijvoorbeeld door fusies en overnames. Elk aandeel heeft een eigen gewicht in de index, afhankelijk van de grootte van de onderneming. Elk jaar stelt men de index opnieuw samen, op basis van de actuele aandelenkoersen van de dan 25 grootste ondernemingen op de Amsterdamse beurs.
zie ook >

Afgeleide producten
Financiële instrumenten waarvan de koers afhankelijk is van de koers van de onderliggende waarde, bijvoorbeeld aandelen of obligaties. Voorbeelden zijn opties, turbo’s en futures.

Aflossing
Dit betreft de terugbetaling (ineens of in termijnen) door een onderneming of een overheidsinstantie van een lening op de in de leningsvoorwaarden vastgelegde einddatum van de lening. Vervroegde aflossing kan tot de mogelijkheden behoren, afhankelijk van de voorwaarden.

AFM
AFM staat voor Autoriteit Financiële Markten. De AFM is de toezichthouder voor de financiële markten. Zij beoogt goed functionerende financiële markten.

Agio
Het positieve verschil tussen het nominale bedrag van een effect (bijvoorbeeld een aandeel) en de actuele waarde ervan.

Agioreserve
Een onderneming kan een bedrag aan deze reserve toevoegen wanneer zij een aandelenuitgifte doet tegen een koers boven de nominale waarde van het betreffende aandeel. De nominale waarde is gebaseerd op de waarde van de bezittingen van de onderneming. Hierin is de verwachting over de toekomstige groei van de onderneming dus niet meegenomen. Deze verwachtingen zijn vaak wel in de actuele koers verwerkt.

Agiostock
De uitkering van een gratis stockdividend (een dividend in aandelen) die ten laste gaat van de agioreserve. In tegenstelling tot gewoon stockdividend, dat ten laste gaat van de winst en dat daardoor fiscaal is belast, is agiostock fiscaal onbelast.

All time high
Dit is de hoogste notering of koers van een bepaald effect (bijvoorbeeld een aandeel) die tot nu toe is behaald.

Alternatieve belegging
Belegging waarvan de rendement ontwikkeling niet gelijk opgaat met aandelen, vastrentende waarden en sparen.

Amerikaanse stijl optie
Dergelijke opties kunnen op elk moment gedurende de gehele looptijd worden uitgeoefend door de houder ervan. Hiernaast kennen we de Europese stijl, die inhoudt dat een bepaald recht alleen op het einde van de looptijd (en dus niet gedurende de looptijd) mag worden uitgeoefend.

AMX
Amsterdam Midkap indeX. Deze index is opgebouwd uit aandelen die qua beursomzet op plaats 26 t/m 50 staan (dus de aandelen die qua grootte volgen op de 25 AEX-fondsen).

Anti verwatering
Dit is de aanpassing die plaats vindt bij een uitgifte van extra aandelen als gevolg van bijvoorbeeld een aandelenemissie, het uitkeren van stockdividend of bonusaandelen.

Arbitrage
Het gelijktijdig kopen en verkopen van bepaalde effecten op verschillende markten teneinde gebruik te maken van prijsverschillen.

AscX
Amsterdam small cap indeX, de Amsterdamse beursgraadmeter voor aandelen die door hun totale beurswaarde net buiten de AMX vallen.

Assignment
Hierbij wordt er at random een schrijver (seller) van een optie ‘aangewezen’. Dit gebeurt door de koper van een optie. We onderscheiden dus een Koop Assignment en een Verkoop Assignment.
– Koop Assignment: de koop die het gevolg is van de aanwijzing om aan de verplichtingen te voldoen die iemand is aangegaan door het schrijven van put opties.
– Verkoop Assignment: de verkoop die het gevolg is van de aanwijzing om aan de verplichtingen te voldoen die iemand is aangegaan door het schrijven van call opties.
De schrijver moet dan de stukken leveren of afnemen tegen de uitoefenprijs van de optie.
Opties met een uitvoering in contanten (cash-settlement) vereisen niet de levering van de onderliggende waarden. In plaats daarvan vergelijkt men de koers van de onderliggende waarde met de uitoefenprijs van de betreffende optie, waarna de schrijver van de optie het eventuele positieve verschil betaalt aan de eigenaar van de optie.
zie ook >

At the money ATM
Situatie waarin de beurskoers van de onderliggende waarde van bijvoorbeeld het aandeel binnen een optie (bijna) gelijk is aan de uitoefenprijs van de optie (strike price).
zie ook >

AVA
algemene vergadering van aandeelhouders
Bij deze bijeenkomst kan een aandeelhouder invloed uitoefenen op het beleid van een onderneming door gebruik te maken van het stemrecht dat hij automatisch heeft als aandeelhouder.

Basispunt
Een honderdste van een procent.

Bear market
Aanduiding van een marktsituatie waarin sprake is van een neergaande beurs of van een pessimistische stemming over de verwachte beursontwikkeling.

Benchmark
Op basis van een benchmark doet een fonds zijn beleggingen en spiegelt het zijn rendement. De benchmark fungeert dus als referentiekader voor het beleggingsbeleid en als vergelijkingsmaatstaf voor het behaalde rendement. Binnen een vooraf vastgestelde bandbreedte mag een fonds in zijn beleggingsbeleid afwijken van de benchmark.

Beta
Volatiliteit ten opzichte van de index of de koersgevoeligheid van een aandeel/fonds in vergelijking tot bewegingen van de markt (het marktrisico).
zie ook >

Bestensorder
U geeft een bestensorder op, wanneer u wilt dat uw order tegen de eerstvolgende handelskoers wordt uitgevoerd. Bij een bestens-kooporder bent u bereid tegen elke prijs te kopen; bij een bestens-verkooporder is elke prijs die u voor uw stukken krijgt voor u acceptabel. U geeft dus geen limiet mee aan de order.
Voor- en nadelen:
vaak geschiedt de uitvoering van een bestensorder tegen een voor de particuliere belegger ongunstige koers. Het is dan ook verstandig om zo weinig mogelijk van bestensorders gebruik te maken, tenzij u tegen elke prijs een bepaald aantal stukken van een fonds wilt aan- of verkopen. Het risico bestaat dat u stukken aankoopt tegen een prijs die hoger is dan u in gedachten had, en dat u bij een verkoop minder voor uw aandelen krijgt dan waar u op had gerekend.

Betaaldatum
Dit is de dag dat een onderneming/instelling de rente of het dividend in geld ter beschikking stelt. Deze datum ligt vóór de dag dat de uitkering daadwerkelijk op uw rekening wordt bijgeschreven.

Beurswijziging
Het aandeel is genoteerd aan een andere beurs dan voorheen. Dit heeft mogelijk gevolgen voor het transactietarief en het bewaarloontarief dat voor dit product van toepassing is (bijvoorbeeld omdat een aandeel voortaan aan een buitenlandse beurs is genoteerd).

Bewaarloon
Dit is het tarief voor het administreren en bewaren van uw effecten. De broker of bank berekent en incasseert het bewaarloon eens per kalenderjaar, in de regel wanneer u ook het jaaroverzicht van uw beleggingsportefeuille ontvangt, berekend en geïncasseerd over het lopende kalenderjaar. Als grondslag voor de berekening geldt de waarde van de portefeuille per 31/12 van het voorafgaande kalanderjaar.

Biedkoers
De prijs die in de markt, bijvoorbeeld op de beurs, die wordt geboden voor een bepaald effect of voor bepaalde vreemde valuta’s.

Bod tot overname
Dit betreft een bod op het totale aandelenkapitaal of slechts een deel ervan. Het bod luidt in contant geld of in aandelen. Een combinatie van beide is ook mogelijk. Bij een bod in contanten financiert een partij een overname met geld. Dit in tegenstelling tot een bod in aandelen, waarbij de overnemende partij de overnamesom met aandelen van het overnemende bedrijf financiert. U ontvangt voor uw aandelenbelang een bepaald bedrag.

Bod tot verwisseling
Dit betreft een bod aan de aandeelhouders om de aandelen van een bepaalde onderneming om te wisselen voor aandelen van een andere onderneming.

Bonusaandeel
De term bonus betekent dat een onderneming een extra dividend uitbetaalt vanuit de overwinst (veelal ten laste van de agioreserve). De bonus luidt in contanten of in aandelen. Een gratis aandeel dat een belegger op deze wijze verkrijgt, noemen we een bonusaandeel.

Broker
Dit is een algemeen gehanteerde Engelse term voor effectenbemiddelaar. Deze instelling of persoon brengt vragers en aanbieders bij elkaar.

Bronbelasting
Zo noemt men de belasting die de uitkerende instelling inhoudt. Dit gebeurt onder andere bij dividendbelasting.

Bull market
Aanduiding van een marktsituatie waarin sprake is van een opgaande beurs of van een optimistische stemming over de verwachte beursontwikkeling.

Bull spread
Een strategie om te profiteren van een koersstijging. Een belegger koopt een zodanige combinatie van call opties en/of put opties dat hij bij koersstijging een gunstig resultaat behaalt.
zie ook >

Butterfly
een butterfly is een combinatie van een putspread en een callspread met dezelfde looptijd maar waarbij de beide short opties dezelfde uitoefenprijs hebben.
zie ook >

Call optie
Dit is een optiecontract waarbij de koper tegen betaling van de optiepremie het recht heeft om gedurende een bepaalde periode tegen een vooraf gestelde prijs een vastgestelde hoeveelheid van de onderliggende waarde (bijvoorbeeld een bepaald aandeel) te kopen. De tegenpartij hiervan, de schrijver van de optie, heeft de plicht deze tegen de contractvoorwaarden te leveren. Met een call optie speculeert de koper op een stijging van de koers van de onderliggende waarde en de schrijver op een daling van de onderliggende waarde.
zie ook >

Cash dividend (contant dividend)
Een uitkering in geld van de winst aan de aandeelhouder.

Cash flow
Dit betreft (regelmatig terugkerende) inkomsten.

Cash settlement (contante verrekening)
Van cash settlement of contante verrekening is sprake, wanneer bij uitoefening van een recht de uitkering van de winst daarop (het verschil tussen de uitoefenprijs en koers van de onderliggende waarde) rechtstreeks in contanten plaatsvindt, zonder de daadwerkelijke koop van de onderliggende waarde. Indexopties en futures worden in de regel altijd contant verrekend.

Certificaat van aandelen
Deze certificaten vertegenwoordigen de originele aandelen, maar zijn meestal in beheer bij een zogenoemd administratiekantoor. Zij geven geen stemrecht, maar hebben wel het financiële voordeel dat aandelen ook hebben. Het administratiekantoor behartigt ook de belangen van de certificaathouders.

Claimemissie
Een claimemissie is een uitgifte van nieuwe aandelen of obligaties door een onderneming waarbij de effecten enkel beschikbaar zijn voor houders van de al bestaande aandelen, doordat de onderneming aan deze aandeelhouders een claimrecht toekent. Uitoefening van dit claimrecht is mogelijk met een bepaalde bijbetaling, waardoor u nieuwe aandelen verkrijgt, of u verkoopt dit recht. Dit recht kan gedurende een beperkte periode worden uitgeoefend en verhandeld. Zodra de periode is verstreken, vervalt dit recht en verliest de claim zijn waarde of te wel expireert deze. Een bedrijf doet meestal een claimemissie wanneer het geld nodig heeft. Bij een claimemissie maken we onderscheid in buitenland en binnenland.
zie ook >

Claimrecht of claimbewijs
Tegen inwisseling van deze rechten kunt u als eigenaar van de rechten een bepaald aantal aandelen kopen tegen een bepaalde prijs. Deze rechten worden verstrekt aan bestaande aandeelhouders om hun bestaande positie niet te laten verwateren. Of te wel, door het verzilveren van de claims zijn bestaande aandeelhouders in staat om relatief gezien eenzelfde belang in de onderneming en in de winst te houden.

Claimverhouding
Het aantal claims dat nodig is voor inschrijving op een nieuw aandeel of obligatie bij een emissie, waarbij aan de bestaande aandeelhouders een voorkeursrecht wordt gegeven.

Close Buy
afkorting = CB (in het Nederlands noemen we dit een Sluit Koop = SK)
Transactietype waarbij u een geschreven positie ook wel short positie genoemd ongedaan maakt of vermindert. Met deze order sluit u dus uw positie die was ontstaan door het opgeven van een open sell call of een open sell put.

Close Sell
afkorting = CS (in het Nederlands noemen we dit een Sluit Verkoop = SV)
Transactietype waarbij u een gekochte positie ook wel long positie genoemd ongedaan maakt of vermindert. Met deze order sluit u, als koper van de optie uw positie die was ontstaan door het aangaan van een open buy call of een open buy put.

Condor of iron condor
een condor is een combinatie van een putspread en een callspread met dezelfde looptijd maar verschillende uitoefenprijzen.
zie ook >

Combinatie order
Met deze optieorder plaatst u tegelijkertijd een koop- en/of verkooporder in zowel call als put opties in dezelfde onderliggende waarde.

Contant dividend (cash dividend)
Een uitkering in geld van de winst aan de aandeelhouder.

Contante verrekening (cash settlement)
Van een contante verrekening is sprake, wanneer bij uitoefening van een optie de tegenpartij de winst (het verschil tussen de uitoefenprijs en koers van de onderliggende waarde) rechtstreeks uitkeert, zonder dat de tegenpartij de onderliggende waarde daadwerkelijk koopt. Indexopties worden in de regel altijd contant verrekend.

Converteren of conversie
Het omwisselen van een effect in een ander effect tegen een vooraf vastgestelde omwissel- of conversieverhouding. Deze verhouding wordt bepaald door de zogenoemde conversiekoers, de vastgestelde koers voor een aandeel of optie gedurende de conversieperiode omgewisseld kan worden, al of niet met bij- of terugbetaling in contanten.

Corporate actions
Beheerhandelingen op effectengebied, bijvoorbeeld een dividenduitkering, waarbij het initiatief uitgaat van de uitgevende instelling.

Dagorder
Aan- of verkooporder voor effecten die slechts op die dag geldig is.

Default
Het niet voldoen aan de bepalingen van een leningsovereenkomst, bijvoorbeeld een wanbetaling, herstructurering of faillissement. Het faillissementspercentage of wanbetalingspercentage, zijnde de mate waarin in een bepaalde periode bedrijven niet voldoen aan de bepalingen van een leningsovereenkomst, noemen we de default rate.

Deflatie
Dit is de waarde vermeerdering van geld door een daling van het algemeen prijspijl.

Delisting
Een delisting is een externe gebeurtenis en voor de bank of broker in principe aanleiding om de administratie in het effect te beëindigen. Het vervolg zal zijn of
– een verkoop
– een overboeking naar het afstandsdepot
– een levering naar een andere bank of broker.
Delisting is geen zelfstandige transactiesoort, maar hooguit de reden achter een transactie.

Delta
De mate waarin de koers van een optie de koers van het onderliggende aandeel volgt.
zie ook >

Deponeren
Dit betekent dat de aandelen op uw effectenrekening zijn bijgeboekt, omdat deze zijn overgeboekt vanuit een ander depot.

Devaluatie
dit is de daling van de (wissel)koers van een valuta, gereguleerd door een centrale bank of overheid.

Disagio
Het negatieve verschil tussen het nominale bedrag van een effect en de actuele waarde ervan. Een positief verschil noemen we een ‘agio’.

Diversifiëren.
Dit betekent spreiden. Je spreekt van spreiding in een portefeuille tussen aandelen, opties en andere derivaten. Maar je spreekt ook van een spreiding als er een verhouding is tussen Landen, economieën of sector.

Dividend
Een uitkering van de winst of een deel ervan aan de aandeelhouders. Op het moment van ex-dividend komt het bruto dividend in principe in mindering op de koers.
zie ook >

Dividendbelasting
Dit is een vorm van belasting voor aandeelhouders op inkomsten uit een dividenduitkering. De uitkerende partij houdt deze al in aan de bron, dus bij de uitkering. De dividendbelasting betreft dus een voorinhouding door de uitkerende partij, waardoor de aandeelhouder uiteindelijk een netto dividend ontvangt.

Dividendrendement
Het bruto dividend (dus inclusief de dividendbelasting) gedeeld door de beginkoers van het aandeel.

Dow Jones
De Dow Jones, volledig Dow Jones Industrial Average index, is het gemiddelde van de koersen van aandelen op de belangrijkste effectenbeurs in New York, de New York Stock Exchange.

Dutch Auction Een naamswijziging en het bijbehorende eigen inkoopprogramma van aandelen.
zie ook >

Early excercise
voortijdig worden aangewezen
zie ook >

Effecten
Effecten is een verzamelnaam voor verhandelbare rechten die een financiële waarde vertegenwoordigen, zoals aandelen, obligaties, opties en termijncontracten. Een typisch kenmerk van effecten is dat ze gewoonlijk op een beurs noteren en dat de prijsbepaling daar geschiedt door vraag en aanbod. De actuele prijs van effecten noemt men de koers.

Effectenbeurs
Een openbare markt voor de handel in onder andere aandelen en opties. Marktpartijen handelen al geplaatste of te wel bestaande effecten, maar ook voorziet de effectenbeurs in een platform voor de uitgifte (emissie) van nieuwe aandelen en obligaties.

Emerging markets
Dit zijn landen die in hun economische ontwikkeling achter liggen ten opzichte van de westerse landen. Vaak hebben deze landen wel de potentie om een snelle groei door te maken.

Emissie
Uitgifte van nieuwe effecten (aandelen of obligaties) door een onderneming met als doel het vergaren van kapitaal.
Een uitgifte van nieuwe aandelen noemen we een primaire emissie.
Een uitgifte van bestaande aandelen noemen we een secundaire emissie.
zie ook >

Ex-datum of ex-dividend
Op de handelsdag voorafgaand aan de zogeheten ex-datum wordt bepaald welke aandeelhouders de stukken in bezit hebben. Alleen zij hebben recht op de dividenduitkering.

Exercise (uitoefenen optie)
Opdracht tot het uitoefenen van het recht van de optie door de houder ervan. We onderscheiden een Koop Exercise en een Verkoop Exercise.
– Koop Exercise: de koop die het gevolg is van het uitoefenen van de rechten van een call optie.
– Verkoop Exercise: de verkoop die het gevolg is van het uitoefenen van de rechten van een put optie.
De koers in de transactie noemen we de exercise prijs.

Exercise cash
Opties met een uitvoering in contanten (cash settlement) vereisen niet de levering van de onderliggende waarde. In plaats daarvan vergelijkt men de koers van de onderliggende waarde met de uitoefenprijs van de optie, waarna de houder van de optie het eventuele positieve verschil betaalt krijgt van de schrijver van de optie.

Expiratie
Dit betreft het aflopen van een optiecontract. Wanneer aan het eind van de looptijd (bij expiratie) van een call optie de prijs van de onderliggende waarde onder (respectievelijk bij een put optie: boven) de afgesproken uitoefenprijs ligt, heeft de optie geen waarde meer en zal de optie worden afgeboekt en houdt als zodanig op te bestaan.
zie ook >

Expiratiedatum
Dit is de laatste dag waarop een optiehouder zijn recht kan uitoefenen. Aan het einde van deze dag vindt de zogenoemde expiratie plaats en vindt de afwikkeling van de optie plaats.
zie ook >

Exposure (letterlijk blootstelling).
In dit context wordt deze term vaak gebruikt om de gevoeligheid van een onderliggende waarde voor bepaalde andere ontwikkelingen aan te duiden.

Faillissement
Een onderneming die zijn verplichtingen niet na kan komen, kan failliet worden verklaard. Er komt een beslag op de goederen van de schuldenaar. Met de waarde daarvan vindt eventueel de betaling aan de gezamenlijke schuldeisersplaats. Voor aandeelhouders, die altijd achteraan in de rij staan, blijft er in de regel niets meer over, wat betekent dat de aandelen waardeloos zijn.
zie ook >

Fair Value afrekening
Omdat een overnamebod op de onderliggende onderneming binnen een optie is uitgebracht kan de optie niet langer voortbestaan en is deze uit de notering gehaald. Immers, hierdoor houdt de onderliggende waarde op te bestaan. Daarom ook moeten alle optieposities voor hun afloopdatum zijn beëindigd. Bij de afwikkeling van de optie in contanten maakt men gebruik gemaakt van de

Fair Value methode die rekening houdt met de intrinsieke waarde van de optie en met de resterende tijd- en verwachtingswaarde.

FED
Federal reserve system. Het Amerikaanse stelsel van de centrale banken.
De FED is geen staatseigendom. Alle deelnemende banken zijn verlicht aandelen aan te houden en zo bemoeien de FED banken zich met het monetair beleid  en het binnenlands betalingsverkeer.

Financieringstekort
Hierbij doet de overheid of het bedrijfsleven een beroep op de geld- en kapitaal markt om hun begroting (stekort) op orde te brengen.

First in first out
Een manier van rangschikking waarbij de order die onder vergelijkbare condities in de tijd het eerst is geplaatst, ook het eerst een uitvoering krijgt.

Fondsverwisseling
Bij een fondsverwisseling verandert er voor het fonds op administratief gebied iets, bijvoorbeeld een naamswijziging of een verhuizing van een beleggingsfonds van bijvoorbeeld Nederland naar Luxemburg. De karakteristieken van het fonds en de waarde van de posities van beleggers wijzigen niet.
zie ook >

Fracties
Een op de beurs verhandeld aandeel kan uitsluitend worden aangehouden in hele stukken. Indien u bijvoorbeeld door een stockdividend fracties van een aandeel ontvangt, dan verkoopt de bank of broker deze automatisch voor u. U ontvangt de opbrengst hiervan op uw rekening.

Fusie
Bij een (aandelen)fusie (ook wel: bod in aandelen) gebeurt het volgende: alleen de eigendomsrechten (de aandelen) verwisselen van eigenaar:
bedrijf A koopt alle aandelen in bedrijf B. B is daarmee de 100% dochter van A. De tegenprestatie bestaat uit een aandelenruil, waardoor u aandelen verwerft in de onderneming A.
zie ook >

Future
Een future is een overeenkomst tot koop of verkoop van een goed of een financiële waarde die op een bepaald tijdstip in de toekomst door de verkoper aan de koper moet worden geleverd. Dit tegen een prijs die bij het aangaan van het contract is vastgelegd. Bij de meeste futures vindt geen daadwerkelijke levering plaats maar een contante verrekening (cash settlement). In tegenstelling tot een optie, gaat het bij een future niet om het recht tot aan- of verkoop, maar om de plicht.
zie ook >

Gamma
De gamma van een optie geeft aan hoeveel de delta van een optie naar verwachting zal veranderen op het moment dat de koers van de onderliggende waarde (iets) verandert.
zie ook >

Gedekt schrijven
De schrijver van een optiecontract heeft de onderliggende waarde in bezit. Hierdoor weet de schrijver dat een stijging van de waarde van zijn beleggingen een eventueel verlies op zijn optie compenseert. Per saldo maakt hij dus nooit verlies. De effecten zijn dan tot het sluiten van de optie of tot aan de afloopdatum geblokkeerd.
(tegenover gedekt schrijven staat ongedekt (naked) schrijven)

Gestructureerde producten
Beleggingen waarbij men meer of minder risico loopt dan wanneer men het onderliggende effect koopt. Voorbeelden zijn turbo’s, certificaten, converteerbare obligaties en reverse convertibles.

Gewogen index
Een index die bestaat uit meerdere fondsen maar waarbij ieder fonds niet even zwaar mee weegt. De mate van opname van een fonds of aandeel in een index hangt bijvoorbeeld af van de marktkapitalisatie.

Groei aandelen
Aandelen van bedrijven met een structureel sterke groei. Hier tegenover staan waarde aandelen.

Handmatige boeking
Verandering van uw effectenbezit ten gevolge van een interne bij- of afboeking.

Haussemarkt
Een marktsituatie met stijgende koersen of een situatie met een pessimistische stemming over de verwachte beursontwikkeling. Tegenover een haussemarkt staat een baissemarkt.

Hedge
Dit betekent afdekking of risicovermindering. Zo kan men bijvoorbeeld het risico van inflatie (stijging van het algemeen prijspeil) afdekken door te beleggen in activa waarvan de waarde meebeweegt met het algemeen prijspeil. Een zogenoemd hedge fund zal zijn beleggingsrisico’s proberen te beperken of elimineren, vooral door gebruik te maken van bepaalde derivaten.

Hefboom
Een hefboom zorgt ervoor dat een belegger meer winst of verlies kan maken dan in een belegging in het product zelf.
Hefboomproducten zijn bijvoorbeeld turbo`s, opties en futures.

Hoogconjuctuur
Dit is een fase met een hoog nationaal inkomen vaak bij een volledige werkgelegenheid.

Hoofdbetaalkantoor
Een partij die aangewezen is door de uitgever van het effect om zorg te dragen voor de financiële afwikkeling van dividenden, aflossingen en coupons.

Illiquide of niet liquide
Slecht, moeilijk of beperkt verhandelbaar.

Indexoptie
Een optie waarbij een index dient als onderliggende waarde.

Index
Dit is een beursgraadmeter. Een index is samengesteld uit verschillende onderliggende waarden die veelal zijn genoteerd op een bepaalde markt of die onderdeel zijn van één en dezelfde sector of één en hetzelfde land en presenteer een soort van koersgemiddelde van dit mandje. Men gebruikt indices om generieke veranderingen op een bepaalde markt of binnen een bepaalde sector of land waar te nemen en om de stemming hierover weer te geven. Bekende indices zijn de AEX, de Dow Jones en de Nasdaq.

Inflatie
Dit is de waarde vermindering van geld door een stijging van het algemeen prijspijl. (geldontwaarding) Bij inflatie kun je minder voor je geld kopen dan in een vergelijkbare periode ervoor.

Initial margin
Dit is het bedrag dat als borg dient van een optie of future positie. Dit bedrag moet u daadwerkelijk storten bij uw bank, voordat u de optie of future kunt (ver)kopen of shorten.
zie ook >

Inschrijven
Wanneer een partij nieuwe obligaties of aandelen uitgeeft, kan men daarop intekenen of inschrijven. Hiermee geeft een belegger aan het nieuwe effect te willen kopen.

Interim dividend
Tussentijdse uitkering van een dividend. Het daarna nog te betalen dividend wordt slotdividend genoemd.

Interne afboeking
Vermindering van het aantal stukken in uw portefeuille ten gevolge van een interne afboeking.

Interne bijboeking
Vermeerdering van het aantal stukken in uw portefeuille ten gevolge van een interne bijboeking.

In the money of ITM
Bij een call optie spreekt men hiervan wanneer de beurskoers van de onderliggende waarde hoger is dan de uitoefenprijs van de optie.
Bij een put optie geldt dit wanneer de beurskoers van de onderliggende waarde juist lager is dan de uitoefenprijs van de optie. In beide gevallen geldt dus dat de optie een bepaalde waarde vertegenwoordigt (even los van de tijds- en verwachtingswaarde: de waarde die voortkomt uit de resterende looptijd van de optie en uit de verwachte koersbeweging van de onderliggende waarde).
zie ook >

Intrinsieke waarde
Dit is de werkelijke waarde van een bepaald financieel product of derivaat (dus zonder verwachtingen voor de toekomst).
Bij een optie is de intrinsieke waarde het verschil tussen de koers van de onderliggende waarde en de uitoefenprijs.
zie ook >

IPO
Initial Public Offering is een term die gebruikt wordt wanneer een bedrijf voor het eerst beursgenoteerd wordt.

ISIN code
ISIN staat voor International Securities Identification Number; een uniek nummer van een effect en waaraan het dus herkenbaar is. De ISIN bestaat uit een beurscode en een uniek nummer.

Kapitaalstructuur of ook balansstructuur
Dit geeft inzicht in hoe een onderneming is gefinancierd (verdeling over leningen en aandelen).

Kapitaalsuitkering Een extra uitkering per aandeel die u bezit. Dit gaat vaak gepaard bij een splitsing van een aandeel.

Keuzedividend
Een dividenduitkering waarbij de aandeelhouder kan kiezen tussen een dividenduitkering in aandelen (stock) of in contanten (in geld/cash).

Koers
Dit is de prijs waartegen de meest recente handel heeft plaatsgevonden. Zij weerspiegelt vraag en aanbod en dus ook verwachtingen. De koers kan afwijken van de intrinsieke of onderliggende waarde vanwege deze verwachtingen.

Koers – dividend verhouding
Dit is de verhouding tussen de koers van een aandeel en het door dat fonds uitgekeerde dividend.

Koers – winst verhouding
Dit is de verhouding tussen de koers van een aandeel en de netto winst van het aandeel. Bij een hoge verhouding geeft dat een hoge verwachting aan voor de toekomstige ontwikeling van de winst.
De koers – winst verhouding wordt berekend door de prijs van het aandeel te delen door de winst. Als de koers – winst verhouding hoog is betaald een belegger veel voor elke euro winst. Hierbij wordt vaak het gemiddelde van 30 aangehouden, is de koers – winst verhouding 30> dan duidt dat vaak op een verwachte groei. Een koers – winst verhouding 30< duidt vaak op een beperkte groei.

Krach of beurskrach of crash
Het plotseling ineenstorten van de beurskoersen.

Kredietopslag
Extra rente voor het risico dat het bedrijf failliet gaat; marge boven het officiële en risicoloze rentetarief.

Laatkoers
Dat is de prijs die een verkoper van een effect wil ontvangen.

Leveringen
Dit betekent een afboeking van de effecten van uw effectenrekening en door geleverd aan een andere bank. Indien het een levering tegen betaling betreft, dan geldt levering onder de voorwaarde dat die andere bank een afgesproken bedrag (meestal het aankoopbedrag) gelijktijdig betaalt aan de verzendende bank. Het betekent dus de uitboeking van bepaalde stukken van uw effectenrekening.

Lichten
Dit betekent dat de aandelen zijn verwijderd van uw effectenrekening. De waarde van de aandelen is nul euro.

Light-opties
Opties op een index waarbij de onderliggende waarde van de optie 10% bedraagt van die index.

Limiet order
U geeft een limiet-kooporder op, wanneer u een bepaald aandeel alleen beneden of ten hoogte op een bepaalde koers wilt aankopen. U geeft een limiet-verkooporder op, wanneer u uw stukken alleen wilt verkopen boven of ten minste op een bepaalde koers. Bij het doorgeven van uw order geeft u aan wat de maximale koers is waartegen u wilt aankopen (limietkooporder), respectievelijk wat de minimale koers is waartegen u uw stukken wilt verkopen (limiet-verkooporder). Deze maximale of minimale koers noemen we de limiet. Daarnaast geeft u vanzelfsprekend aan hoeveel stukken u wilt aan- of verkopen.

Liquidatie
Wanneer alle activa stuk voor stuk worden verkocht en het bedrijf zijn onderneming staakt, spreken we van liquidatie van het bedrijf. Liquideren betekent hier dus het omzetten van activa in geld (door ze te verkopen). Zeer vaak vindt dit plaats in het kader van een faillissement.

Long positie
Een belegger met een long positie heeft de optie gekocht en daadwerkelijk in bezit. De houder van zo’n optiepositie kan gebruik maken van het optierecht om de stukken te ontvangen of te leveren.
long call
long put
long strangle
long straddle

Looptijd
De duur van een optie of de periode waarin de houder van een optie zijn recht kan uitoefenen.

Margin
De dekking die een belegger dient aan te houden wanneer hij ongedekt opties schrijft. Deze margin dient als een soort van zekerheid voor de tegenpartij in de optieconstructie; de tegenpartij weet door de margin dat hij zijn geld krijgt. Wanneer de waarde van een geschreven optiepositie stijgt, zal de omvang van deze margin dienovereenkomstig toenemen. De margin wordt elke handelsdag berekend.
zie ook >

Margin call
Het verzoek van een bank of broker aan een belegger om extra geld te storten ter zekerheid van een positie die zich ongunstig ontwikkeld.
zie ook >

Marking price
Dit is de koers per optie serie die wordt gebruikt bij het vast stellen van de marging. Vaak wordt hiervoor de slotkoers gebruikt.

Midkap
Met de Midkap wordt de Amsterdam Midkap indeX bedoeld. Deze index is opgebouwd uit aandelen die qua beursomzet op plaats 26 t/m 50 staan (dus de aandelen die qua grootte volgen op de 25 AEX-fondsen).

Naked (ongedekt schrijven)
Dit betreft een geschreven call optie zonder dat de belegger de onderliggende waarde in bezit heeft. Geschreven put opties zijn per definitie ongedekt, omdat hier sprake is van een afnameplicht. (tegenover ongedekt schrijven staat het gedekt schrijven)
Eng. uncovered option
zie ook >

Nasdaq
Nasdaq staat voor National Association of Security Dealers Automated Quotations. Het betreft een beurs in de Verenigde Staten waaraan veel technologie-aandelen zijn genoteerd. De (schermen) beurs heeft ook een eigen index, de Nasdaq-index, die een indicatie geeft van het sentiment rond technologiewaarden.

Nikkei (-index)
De Japanse beursgraadmeter.

Nominale waarde
De uitgiftewaarde van een aandeel.

NYSE Euronext
NYSE staat voor New York Stock Exchange, de Amerikaanse aandelenbeurs in New York. Deze beurs is gefuseerd met Euronext, een combinatie van de Nederlandse, Franse en Belgische beurzen. Hierdoor is het beursbedrijf NYSE Euronext ontstaan.

Odd lot offer
In een Odd Lot Offer (Olo) (koop/verkoop) is het aanbod van de onderneming beperkt tot aandeelhouders die minder dan 100 aandelen in de onderneming bezitten (minder dan de minimale handelshoeveelheid). Een onderneming is hierdoor in staat om ‘kleine’ aandeelhouders te bedienen, zonder te worden geconfronteerd met hoge kosten.
Bij een Olo Koop, respectievelijk Olo Verkoop zijn de ‘kleine’ aandeelhouders in staat hun participaties te verkopen, zonder te worden geconfronteerd met hoge transactiekosten.

Onderliggende waarde
Dit is het effect waarop een optie, future of warrant betrekking heeft, bijvoorbeeld 100 aandelen van een bepaalde onderneming in geval van een aandelenoptie.

Ongedekt schrijven (naked)
Dit betreft een geschreven call optie zonder dat de belegger de onderliggende waarde in bezit heeft. Geschreven put opties zijn per definitie ongedekt, omdat hier sprake is van een afnameplicht.
zie ook >

Ontvangsten
Ontvangsten zijn transacties waarbij alleen een overboeking van effecten plaatsheeft van een andere bank naar uw effectenrekening zonder dat daar een betaling tegenover staat. Dit betreft dus de inboeking van bepaalde effecten op uw effectenrekening. Indien het een ontvangst met bijbetaling betreft, dan betekent dit dat de effecten door een andere bank geleverd zijn die daartegenover gelijktijdig een afgesproken bedrag (meestal het aankoopbedrag) uitbetaald krijgt. De bank of broker boekt de aldus ontvangen effecten bij op uw effectenrekening.

Open Buy
afkorting = OB (in het Nederlands noemen we dit een OpeningsKoop = OK)
Transactietype waarbij de belegger een optiepositie opent. Als koper van de optie verkrijgt u het recht om gedurende de looptijd van de optie de onderliggende waarden te kopen (call) of te verkopen (put) tegen een vastgestelde prijs. We noemen dit ook wel een long positie. U koopt hiermee dus een optie. In de regel vindt er geen daadwerkelijke levering plaats maar een contante verrekening (cash settlement).

Open Sell
afkorting = OS (in het Nederlands noemen we dit een OpeningsVerkoop = OV)
Transactietype waarbij een belegger een optie verkoopt. U, als schrijver van de optie (tegenpartij van de koper), neemt de plicht op u om gedurende de looptijd van de optie de onderliggende waarden te leveren (call) of te kopen (put) tegen een vastgestelde prijs. We noemen dit ook wel een short positie. In de regel vindt er geen daadwerkelijke levering plaats maar een contante verrekening (cash settlement).

Openingskoers
De koers die ontstaat bij het openen van de beurs. Feitelijk is dit de koers waartegen de handel van start gaat. Deze koers wordt vastgesteld aan de hand van de aanwezige orders en kan dus afwijken van de slotkoers van de vorige handelsdag.

Optie
Een optie vertegenwoordigt het recht om gedurende een bepaalde periode een gegeven aantal stukken (bijvoorbeeld aandelen) tegen een vastgestelde prijs te mogen ontvangen/kopen (call) of te mogen leveren/verkopen (put). Vaak betreft het een gestandaardiseerde contractgrootte. Vanzelfsprekend is een index niet leverbaar, zodat de verrekening van de waarde van een index-optie altijd in contanten plaatsheeft.
zie ook >

Optie Europese stijl
Deze optie kan uitsluitend aan het einde van de looptijd worden uitgeoefend door de houder van de optie.

Optie Amerikaanse stijl
Deze optie kan gedurende de gehele looptijd worden uitgeoefend door de houder van de optie.

Optiepremie
De prijs van een bepaalde optie. Dit is de koers waartegen zij noteert.

Optieserie
Reeks van opties die betrekking hebben op dezelfde onderliggende waarde, uitoefenprijs en looptijd.
zie ook >

Order
Een aan- of verkooptransactie in een effect.

Out of the money OTM
Bij een call optie spreekt men hiervan wanneer de beurskoers van de onderliggende waarde lager is dan de uitoefenprijs van de optie. Bij een put optie geldt dit wanneer de beurskoers van de onderliggende waarde juist hoger is dan de uitoefenprijs van de optie.
zie ook >

Overboeking
Dit betreft binnen het domein van beleggen, indien het een overboeking in geld betreft, het bedrag dat u van de één van uw geldrekeningen naar uw Beleggersrekening hebt overgeboekt. Ook: een fysieke overboeking van effecten van de ene effectenrekening naar een andere effectenrekening.

Overname
Dit betreft de koop van alle aandelen van een onderneming B door een onderneming A. In tegenstelling tot een liquidatie, waarbij men alle activa separaat verkoopt, wordt bij een overname de onderneming als geheel verkocht. U ontvangt contanten voor uw aandelen in de oude onderneming (B) of aandelen in de nieuwe onderneming (A).
zie ook >

Overwaardering
Dit is de procentuele afwijking van een optie ten opzichte van de theoretische waarde.

Pari
Dit is de nominale waarde, oftewel de intrinsieke waarde, van een aandeel of de koers waartegen obligaties kunnen worden afgelost. Is de uitgiftekoers van een aandeel of obligatie boven pari, dan is de uitgiftekoers hoger dan de nominale waarde. Wordt een effect uitgegeven tegen een prijs die lager is dan de nominale waarde, dan spreken we van beneden pari. Is de beurskoers gelijk aan de nominale waarde, dan spreken we van à pari.

Pay-date of betaal datum
De datum waarop de betaalbaarstelling van een dividend plaatsheeft.

Penny stocks
Een benaming voor aandelen met een erg lage, absolute beurskoers, bijvoorbeeld slechts enkele centen.

Preferent aandeel
Dit zijn aandelen met extra rechten die normale aandelen niet hebben. Dit kan betrekking hebben op dividenduitkeringen, voorrang bij de afwikkeling van een faillissement van de onderneming, etc. Deze aandelen worden ook vaak prioriteitsaandelen genoemd.

Premie
Bij opties de prijs waartegen een optie wordt verhandeld dan wel de prijs waartegen een optie staat genoteerd.

Prioriteitsaandelen
Hierbij geeft een partij extra rechten aan de houder van deze aandelen. De rechten hebben betrekking op de benoeming van de directie en commissarissen en andere belangrijke beslissingen zoals overnames en emissies van aandelen. Deze aandelen worden ook vaak preferente aandelen genoemd.

Private equity
Investeringen in ondernemingen die niet beursgenoteerd zijn; aandelen in private bedrijven.

Prospectus
Document met informatie over het uit te geven effect, zoals onder andere informatie over de onderneming of het fonds, de datum waarop het dividend betaalbaar wordt gesteld of de coupondatum, de lossingdatum en alle overige voorwaarden.

Put optie
Dit is een optiecontract waarbij de koper tegen betaling van de optiepremie het recht heeft om gedurende een bepaalde periode tegen een vooraf gestelde prijs een vastgestelde hoeveelheid van de onderliggende waarde te verkopen. De tegenpartij hiervan, de schrijver, heeft de plicht deze tegen de contractvoorwaarden af te nemen. Met een put optie speculeert de koper op een koersdaling van de onderliggende waarde.
zie ook >

Quote
De hoogste biedprijs en de laagste verkoopprijs van een bepaald effect op een bepaald moment.

Rating
Beoordeling van kredietwaardigheid van een bedrijf.

Rechten en plichten
Uit het handelen in opties ontstaan rechten en plichten.
zie ook >

Rentabiliteit
Dit is de winst van een onderneming uitgedrukt in een percentage van het eigen vermogen.

Rente
Vergoeding die men betaalt bij het lenen van geld of juist ontvangt bij het verstrekken van geld.

Regeltarief
Dat is een onderdeel van het bewaarloon. De berekening geschiedt op basis van het aantal verschillende effecten dat de belegger aanhoudt.

Revaluatie
dit is de stijging van de (wissel)koers van een valuta, gereguleerd door een centrale bank of overheid.

Reverse stock split
Een reverse stock split is het samenvoegen van aandelen tot een nieuw aandeel, het is het tegenovergestelde van een aandelensplitsing (een stock split). Na een reverse stock split is het volume van de uitstaande aandelen kleiner en daardoor de prijs per aandeel hoger. De nominale waarde van de aandelen is hierdoor vermeerderd. De totale waarde van de aandelen samen is echter onveranderd. Wanneer een onderneming kiest voor een reverse stock split met de verhouding 1:25, betekent dit dat als u 100 aandelen in het fonds had, u er na de splitsing 25 heeft. De omzetting heeft geen gevolgen voor de waarde van de posities van beleggers.
zie ook >

Risico aversie
De keuze voor beleggingen met een zo laag mogelijk risico bij een verwachte opbrengst.

Royeren
Het terugtrekken van een eerder geplaatste order door de belegger.

Settlement
De afwikkeling van een effectentransactie en het geld dat er mee gemoeid is.

Short gaan
Het verkopen van effecten die u op dat moment niet in bezit heeft. Als belegger gokt u erop de effecten op het moment van levering goedkoper te kunnen aankopen dan nu zou moeten worden betaald.

Short positie
Een belegger met een short positie heeft de optie verkocht en niet in bezit. De houder van zo’n optiepositie kan verplicht worden gesteld om de stukken te kopen of te leveren.
short call
short put
short strangle
short straddle

Skew
dit geeft het verschil in optie premies aan tussen kortlopende en langlopende opties.

Slotkoers
De koers die tot stand is gekomen aan het eind van de beursdag.

Spin-off
Door een spin-off ontstaat een onafhankelijke, nieuwe onderneming uit een bestaand moederbedrijf. Als belegger in het moederbedrijf ontvangt u automatisch ook aandelen van de nieuwe onderneming.

Split-up
Een split-up is een aandelensplitsing in een aantal delen. De nominale waarde van het initiële aandeel wordt verminderd en dit komt veelal ook direct tot uiting in de koers. De vermeerdering van het aantal uitstaande aandelen is echter zodanig verdeeld dat het relatieve belang van elke aandeelhouder in de onderneming gelijk blijft. Over het algemeen kiest een onderneming hiervoor wanneer de koers van een aandeel hoog is. Door het aandeel te splitsen, zal de koers lager zijn en is de verhandelbaarheid van het aandeel daardoor groter. De omzetting heeft geen gevolgen voor de waarde van de posities van beleggers. Bij een aandelensplitsing splitst een onderneming dus het aantal uitstaande aandelen, bijvoorbeeld in de verhouding 3:1. Dat betekent dat als u 100 aandelen in het fonds had u er na de splitsing 300 heeft.
zie ook >

Spread
Een optiepositie die is opgebouwd uit een long- en een short positie in dezelfde optieklasse en met dezelfde aantallen.
call bull spread
call bear spread
put bear spread
put bull spread

ratio spread
Een spread waarbij de verhouding in gekochte en geschreven opties in ongelijke verhouding worden verhandeld noemen we een ratiospread.

time spread
Een spread waarbij en de looptijd van beide opties verschillend is (het aantal long en short kan gelijk of verschillend aan elkaar zijn) noemen we time spread. Een time spread wordt ook wel een calender spread of horizontale spread genoemd.

Stockdividend
Dit betreft een uitkering in aandelen in plaats van in contanten. Indien een bedrijf het stockdividend uitkeert ten laste van de agioreserve dan hoeft de aandeelhouder daar geen inkomstenbelasting over te betalen. Vindt de uitkering het stockdividend echter plaats ten laste van bijvoorbeeld de jaarwinst, dan betaalt de ontvanger hierover wel inkomstenbelasting.

Speciaal dividend
Dit is een onverwachte uitkering die niet wordt meegenomen in de reguliere dividend berekening.
zie ook >

Stop Limit-order
Voor Stop Limit-orders geldt op hoofdlijnen hetzelfde als voor Stop Loss-orders. Pas bij het bereiken van de door u opgegeven activeringskoers wordt uw order ook daadwerkelijk in het orderboek van de beurs geplaatst. Het verschil tussen een Stop-Limit-order en een Stop-Loss-order is dat een Stop-Limit-order bij het bereiken van de activeringskoers met een door u opgegeven limiet – en dus niet Bestens – in het orderboek komt te liggen. Vanaf het bereiken van deze activeringskoers, gedraagt de order zich als een gelimiteerde aan- of verkooporder.

Stop Limit-kooporder
Bij een Stop-Limit-kooporder moet de activeringskoers hoger of gelijk zijn aan de laatste koers. Ook geeft u bij het doorgeven van uw order een limiet op. Uw Stop Limit-kooporder wordt uitgevoerd als de actuele koers gelijk is aan of hoger is dan de opgegeven activeringskoers, maar niet hoger is dan de door u opgegeven limiet. Stop Limit-verkooporder Bij een Stop Limit-verkooporder moet de activeringskoers lager of gelijk zijn aan de laatste koers. Ook geeft u bij het doorgeven van uw order een limiet op. Uw Stop Limit-verkooporder wordt uitgevoerd, wanneer de actuele koers gelijk is aan of lager is dan de opgegeven activeringskoers, maar niet lager is dan de door u opgegeven limiet.

Stop Loss-order
U geeft een Stop Loss-order op wanneer u pas vanaf een bepaalde koers uw/een positie in een beleggingsproduct wilt aan- of verkopen. Deze koers heet de activeringskoers. Bij het bereiken van de activeringskoers wordt uw order als Bestensorder in het orderboek van de beurs geplaatst. Dit betekent dat uw order direct na het bereiken van de activeringskoers wordt uitgevoerd. Bij het opgeven van uw order geeft u aan wat de activeringskoers is. Bij een Stop Loss-kooporder moet de activeringskoers hoger zijn dan de laatste koers, terwijl bij een Stop Loss-verkooporder de activeringskoers juist lager moet zijn dan de laatste koers.

Stresstest
Kwetsbaarheidtest; onderzoek naar de kwetsbaarheid van banken voor bepaalde ontwikkelingen in bijvoorbeeld de rente en op de beurzen.

Strip
Splitsing van effecten waarbij het recht op terugbetaling van de hoofdsom en het recht op de opeenvolgende interestbetalingen gesplitst wordt en verhandeld als zelfstandige effecten.

Subordinated
Achtergesteld; het gedeelte van de schuldtitels dat als laatste aan bod komt (wat betreft aflossing).

Subprime of swaps
Ook wel ‘rommelhypotheek’. Dit zijn hypotheken van mensen die hem niet (meer) kunnen betalen.

Technische analyse of TA
Een methode om het toekomstige koersverloop te voorspellen aan de hand van historische koersgegevens.

Tender offer
Aanbod van effecten aan de hoogste bieder; uitgifte van effecten op basis van biedingen tegen de hoogste koers.

Tracking error
De mate waarin het rendement van een belegging afwijkt van een benchmark; de mate van afwijking tussen het rendement van een beleggingsportefeuille en de waardeontwikkeling van een benchmark; spreiding tussen de rendementen van de beleggingsportefeuille en de index/spreiding van het verschil in rendement tussen de beleggingsportefeuille en de index.

Track record
In het verleden behaalde rendementen; aantoonbare rendementen; historische rendementen; rendementsverleden; historische resultaten.

Tussentijds uitoefenen
Het uitoefenen van een optie contract vóór het verstrijken van de looptijd.

Uitoefenen optie (exercise)
Opdracht tot het uitoefenen van het recht van de optie door de houder ervan. We onderscheiden een Koop Exercise en een Verkoop Exercise.
– Koop Exercise: de koop die het gevolg is van het uitoefenen van de rechten van een call optie.
– Verkoop Exercise: de verkoop die het gevolg is van het uitoefenen van de rechten van een put optie.
De koers in de transactie noemen we de exercise prijs.

Uitoefenprijs
De noteringseenheid waarvoor de onderliggende waarde verhandeld kan worden.

Underperformer
Dit is een aandeel welke slechter presteert dan het markt gemiddelde.

Value of risk = var
Het vooraf berekenen van de waarde mutatie in een portefeuille met een waarschijnlijkheidsfactor over een vooraf bepaalde periode.

Volatiliteit (volatility)
Beweeglijkheid. De mate waarin de waarde of koers van een effect verandert. Volatiliteit is een van de (belangrijkste) factoren bij de prijsvorming van opties. Een hoge volatiliteit wil zeggen dat toekomstige koersen een brede spreiding hebben (de koersen kunnen veel mogelijke waarden aannemen).
De volatiliteit kun je onderscheiden in historische volatiliteit (historical volatility) en huidige volatiliteit (implied volatility).
zie ook >

Waarde aandelen
Aandelen van ondernemingen met onder andere een relatief lage, maar stabiele groei.

Yield curve
Deze geeft het rente percentage weer per rente looptijd. De curve zal een stijgende lijn laten zien als de korte rente lager is dan de lange rente. Wanneer de korte rente hoger is dan de lange rente noemen we het een inverse yield curve.